Het controleren van de olie om de 1000-1500 kilometer is een van de eenvoudigste maar meest doorslaggevende gewoontes om dure storingen te voorkomen die uw portemonnee kunnen ruïneren.
Veel automobilisten gaan ervan uit dat het oliepeil tussen twee onderhoudsbeurten stabiel blijft. Dat is echter niet het geval: zelfs moderne, perfect functionerende motoren kunnen kleine hoeveelheden smeermiddel verbruiken zonder dat dit duidelijk merkbaar is. Wanneer u dit opmerkt, is het vaak al te laat en is de situatie alarmerend: hoge temperaturen, abnormale wrijving, metaalgeluiden en interne slijtage die zich stil ontwikkelen, totdat er reparaties van honderden of duizenden euro’s nodig zijn.
De regel van 1.000 kilometer is geen overdreven voorzichtigheid, maar een praktische methode om elke daling van het peil tijdig op te merken, vooral bij motoren die al enkele jaren in gebruik zijn of bij auto’s die lange afstanden met hoge snelheid afleggen. Een snelle controle, die iedereen kan uitvoeren, duurt slechts enkele minuten, maar kan het verschil betekenen tussen een betrouwbare auto en een spoedreparatie bij de garage.

Waarom daalt het oliepeil en wat zijn de werkelijke risico’s voor de motor?
Elke motor verbrandt tijdens normaal gebruik een kleine hoeveelheid olie. Naarmate het aantal kilometers toeneemt, kan dit verbruik toenemen door slijtage van de zuigerveren, minder goed afsluitende kleppen of gewoonweg zwaardere rijomstandigheden. Het is een geleidelijk proces dat moeilijk op te merken is totdat het smeermiddel onder de door de fabrikant aangegeven minimumdrempel daalt.
Wanneer dat gebeurt, blijft de motor gedeeltelijk onbeschermd door de beschermende laag die de bewegende onderdelen van elkaar zou moeten scheiden. De wrijving neemt toe, de interne temperaturen stijgen en de metalen beginnen onder kritieke omstandigheden te werken. In extreme gevallen kan dit leiden tot vastlopen, het punt van geen terugkeer dat een complete revisie of vervanging van de motor noodzakelijk maakt. En dit alles kan gebeuren zonder dat er een waarschuwingslampje op het dashboard gaat branden.
Hoe u dit op de juiste manier controleert (en de truc die je echt redt)

Het controleren van de olie is eenvoudiger dan het lijkt. Dit moet worden gedaan bij een koude motor en indien mogelijk op een vlakke ondergrond, om onjuiste metingen te voorkomen. De door experts aanbevolen truc is nauwkeurig: haal de peilstok eruit, maak hem schoon met een doek, steek hem er weer helemaal in en haal hem er vervolgens weer uit om het peil te controleren. Het gebied tussen MIN en MAX geeft het juiste interval aan: als het niveau onder de helft ligt, moet er olie worden bijgevuld.
Door deze routine eenmaal per maand of om de 1.000-1.500 kilometer uit te voeren, kunt u abnormaal verbruik opsporen voordat het gevaarlijk wordt. Een flesje olie kost maar een paar euro en kan veel grotere schade voorkomen. Het is een kleine gewoonte die de levensduur van de motor verlengt, de auto efficiënt houdt en vooral voorkomt dat een onverwachte gebeurtenis uitmondt in een financiële ramp. Want de regel van 1.000 kilometer is geen mythe: het is de dunne lijn tussen slim onderhoud en dure problemen.